BAASROODSE STRATEN

THEODOOR VERMYLENSTRAAT


Deze Theodoor Vermylenstraat loopt vanaf de Schelde aan de Drie Huizen naar de Mandekensstraat in het zuiden van de gemeente. Het was in oorsprong een landbouwstraat die rond de grote uitbating van het Hof ten Rode lag en de verbinding maakte tussen de heirbaan Dendermonde-Mechelen (aan de Driehuizen) en de heirbaan Aalst-Mechelen (Mandekensstraat). Van in de middeleeuwen tot 1926 stond deze straat algemeen bekend als de Meirgatstraat. Dat wil zeggen het ‘gat’ of de toegang tot de ‘Meir’ (drassige grond). De naam verwijst naar de verbindingsweg met het Hof ten Rode, dat zich in de drassige (Zwarte-)beekvallei bevond. De straat kende geen bewoning, behalve enkele eenzame huizen aan de huidige site Vitamex/Ami tot ca. 1700, evenals enkele huizen aan de kruising met de straat Molenberg.

 

De uiteindelijke uitbouw van deze straat stond helemaal in het teken van de familie Vermylen. De Usines Vermylen ontstond in de jaren 1880 aan de Schelde en evolueerde snel naar een indrukwekkend industriecomplex. Ze bezaten zelfs nijverheidsgestichten in Roemenië en Rusland. In de Vermylenstraat werd in 1907 een nieuw bedrijfsgebouw in gebruik genomen dat in 1909 en 1911 nog werd vergroot. In dit constructiewerkhuis werden onderdelen voor de scheepsbouw en metalen producten voor brouwerijen en andere metalen constructies vervaardigd. Aan de overzijde van de straat bezat het bedrijf Vermylen sinds 1901 een suikerfabriek die volgens kadasterarchief in 1911 was omgevormd tot papierfabriek. De waarde van de onroerende goederen van de Usines Vermylen werd in 1907 op 2.000.000 fr. geschat, een gigantische som voor die tijd. Drie jaar later verschaften de Baasroodse nijverheidsgestichten werk aan niet minder dan 391 arbeiders.


Het gebrek aan nieuwe arbeidershuizen werd echter steeds nijpender. Wanneer duidelijk werd dat de plannen van het Nieuw Kwartier veel te traag tot uitvoer werden gebracht, bouwde Théodoor Vermylen op eigen kosten een volledige wijk aan de Meirgatstraat uit. In 1906 werd begonnen met een huizenrij van 7 burgerwoningen voor bedienden, in 1908-9 werden 17 arbeiderswoningen opgericht en in 1911 werd dan weer een ensemble van 8 burgerhuizen, aansluitend aan de Ateliers de Construction. Elk huis is voorzien van een gevelsteen met huisnaam, afgeleid van de vrouwelijke telgen van de familie. Men noemde ze ook wel “de Villakes van Vermylens”. Hierna liet Théodoor Vermylen zijn eigen villa bouwen, wat gepaard ging met de aanleg van een openbaar plein met kiosk en nog eens 6 huizen. Hij woonde zo te midden van zijn werknemers. Omstreeks het begin van 1911 waren niet minder dan 50 ‘prachtige en gezonde woningen’ gebouwd, die kosteloos ten behoeve van het werkvolk werden gesteld. De benaming van de NV die het woonproject beheerde; ‘Schoone woonst baart geluk’, spreekt boekdelen.


De uitbouw van deze arbeiderswijk was dik tegen de zin van het katholieke gemeentebestuur. Via allerlei vertragingsmanoeuvres en weigeringen werd de bewoning sterk belemmerd. Vermylen liet weten aan de arrondissementscommissaris dat enkel een grondige haat tegen de industrie en haar bazen aan de oorzaak kon liggen. Vermylen liet er zich niet door ontmoedigen. Hij georganiseerde zijn wijk zodanig dat ze quasi onafhankelijk van de rest van de gemeente kon leven. Diverse functies zoals wonen, werken en recreatie werden verenigd. Er werd onder meer een parkje, kiosk, school (1910) en schouwburg met winkeltje onder de naam Concordia (1911) geopend. Voor de vrijetijdsbeleving werd een zang- en toneelvereniging (1908) opgericht, evenals een fanfare (1911). Vanaf 1911 werd ook de liberale turnvereniging ‘de Vrije Turners’ ondergebracht in zaal Concordia, twee jaar later gevolgd door de allereerste Baasroodse cinema. Ook dat werd mer argusogen bekeken door het katholieke gemeentebestuur. De cinema moest zich aansluiten bij de (katholieke) bond tot verzedelijking van de cinema en er werd onmiddellijk een gemeentelijke belasting op de cinema’s geheven, ook al was er maar één. De bewoning werd bevorderd door allerlei openbare werken. Een deel van de Zwarte Beek werd op kosten van de Vermylens overwelfd, een adequate verlichting werd geplaatst tegen 1911 en de straat werd na veel gedoe eindelijk geplaveid in 1912-1913. Ook de kinderen werden niet ontzien door de paternalistische familie Vermylen. Men voorzag elk jaar in een kerstfeest voor de kinderen van de werklieden, waarna de grote en fraai versierde kerstboom onder de aanwezigen verloot werd. Alles samen beschouwd is het niet te verwonderen dat Théodoor Vermylen uitzonderlijk populair was bij zijn werkvolk. Als teken van eerbied verkreeg de toenmalige Meirgatstraat op 1 maart 1926, op vraag van de bewoners zelf, zijn huidige benaming: de Théodoor Vermijlenstraat (op schriftelijke vraag van een familielid werd de naam later met ‘y’ geschreven). Théodoor Vermylen wist de blijde gebeurtenis niet zelf meer mee te maken; hij was toen reeds een tweetal jaar overleden.


Vermylen stelde in 1910 zelfs voor om alle beschikbare bouwgronden in het Nieuw Kwartier tegen een gunstige prijs aan te kopen om zijn vele werknemers nog meer betaalbare woningen aan te bieden. Hij vroeg in ruil dat de gemeente een nieuwe straat met arbeiderswoningen zou aanleggen om de Meirgatstraat te verbinden met het Nieuw Kwartier. Nog meer arbeiderswoningen zag de katholieke gemeenteraad niet zitten, dus werd het voorstel naar de prullenmand verwezen.


Een ander groot bouwproject werd aangestuurd door de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Geluk in ons Huis’. Zij lieten in 1928 een huizenrij van 34 huizen bouwen, in Baasrode beter bekend als ‘de 34’. Onder impuls van de uitbouw van de wijk ‘Hof ten Rode’ (eveneens door ‘Geluk in ons Huis’) werden ook de resterende kavels van de straat volgebouwd.


De familie was zeer paternalistisch ingesteld en woonde te midden van het werkvolk. Deze foto is genomen vanuit de villa. Links is het zaaltje van de schouwburg Concordia te zien, het andere hoekhuis rechts vooraan is de nijverheidsschool. Ca. 1910-1920. (Foto: Heemkring Baceroth)

Voor haar bedienden liet de firma mooie huizen oprichten aan het begin van de straat. Deze acht burgerwoningen zijn genoemd naar de vrouwelijke telgen van de familie Vermylen. Foto uit het begin van de 20ste eeuw.  (Foto: Heemkring Baceroth)

Een blik op de schouwburg Concordia in de Meirgatstraat. Deze foto moet gedateerd worden omstreeks 1908, aangezien enkele ramen nog niet waren geplaatst in het nieuw opgetrokken gebouw. Het pleintje en de villa Vermylen zijn ook nog niet aangelegd; het perceel van het plein was in gebruik als landbouwgrond. (Foto: Heemkring Baceroth)